Deze stichting heeft als doel de kunst van de flamenco te bevorderen.
Zij tracht dit doel te bereiken door het uitgeven van het tijdschrift Tablao Flamenco en het organiseren van flamencoconcerten.

De stichting organiseert gedurende het theaterseizoen minstens vier flamencovoorstellingen in de grote zaal van Korzo. Traditiegetrouw wordt het theaterseizoen in Korzo afgesloten met het festival 'Tablao Flamenco'. Het doel van dit festival is het publiek de gelegenheid te bieden kennis te maken met nieuwste ontwikkelingen op het gebied van de flamenco in Nederland en België.

Wat is flamenco?
Flamenco is een muziekvorm die in het zuiden van Spanje, in Andalusië, ontstaan is door de vermenging van verschillende culturen: de Spaanse volksmuziek en kerkgezangen, de zang- en danstraditie van de zigeuners die uit Voor-Indië naar het westen getrokken waren, en de eeuwenoude melodieën van de joden en arabieren, die weliswaar rond 1500 uit Spanje verdreven waren, maar wier stempel op de Spaanse cultuur onuitwisbaar is gebleken.
In zijn puurste vorm bestaat de flamenco uit vier elementen, waartussen een voortdurende wisselwerking is. Centraal staat de zang: een goede flamencozanger zingt niet alleen de tekst en de melodie van een lied (cante), maar weet door stembuigingen en langgerekte tonen een bepaalde emotie over te brengen.

Sommige cantes zijn vrolijk, andere hartstochtelijk of verdrietig, allemaal hebben ze hun eigen stemming. Zolang de zanger zingt, hebben de gitarist en de danser(es) een dienende rol. De gitaar ondersteunt de melodie met akkoorden en roffels, de danser beeldt met gracieuze bewegingen de emotie uit.

Als de zanger zwijgt, kan de gitarist in kunstige variaties, falsetas, zijn vaardigheden tonen. De danser voert met het gestamp van zijn voeten het tempo op en varieert op het basisritme, het compás, met razendsnel voetenwerk. Totdat gitaar en voeten zwijgen en de zanger een nieuw couplet inzet.

En het vierde element? Dat zijn de toeschouwers, die met kreten en aanvuringen de artiesten tot grotere prestaties opdrijven. En als alle vier de elementen optimaal samenwerken, dan ontstaat er soms iets dat de flamencokenners 'duende' noemen: een hogere macht maakt zich meester van alle aanwezigen, die gegrepen worden door één magische ontroering...

Korte geschiedenis van de flamenco
Hoewel de exacte oorsprong van de flamenco nog steeds in nevelen gehuld is, zijn de geleerden er het inmiddels wel zo'n beetje over eens, dat deze kunst tegen het einde van de achttiende eeuw in Zuid-Spanje ontstaan is, in de marges van de samenleving. Het kerngebied ligt in het laagland van Andalusië, Baja Andalucía, met als belangrijkste centra de Sevillaanse wijk Triana en de steden Jerez de la Frontera en Cádiz.
Vandaaruit heeft de flamenco zich verder verspreid. Eerst over de rest van Andalusië en de mijnstreek van Murcia en vervolgens ook daarbuiten: Madrid, Barcelona en in de twintigste eeuw ook het buitenland; overal waar Andalusiërs heentrokken op zoek naar werk, namen zij hun muziek met zich mee.
 

flamencogesch1

Hoewel het van meet af aan geen exclusieve zigeunerkunst is geweest, is de invloed van de zigeuners op de flamenco zeer groot geweest - en nog steeds. Ook nu nog onderscheidt de manier waarop zigeuners flamenco zingen, dansen en spelen zich van de niet-zigeuners: rauwer, intuïtiever, minder gestileerd. De eerste gelegenheden waarbij de flamenco buiten de familiekring trad, waren de zogeheten bailes del candíl: dansen bij het licht van een olielamp: min of meer spontane samenkomsten, waarbij gezongen, gedanst en gitaar gespeeld werd. Het belangrijkste was de zang. Daarin ontwikkelden zich allerlei stijlen, palos, elk met een eigen ritme en tonaliteit. Gedanst werden eigenlijk alleen maar de vrolijke bulerías en tangos: aangemoedigd door de zanger en de kreten en het handgeklap van de omstanders improviseerden de dansers er op los.

Vervolgens maakte de flamenco de overstap naar het voorstellingencircuit. Aanvankelijk ging dat heel ad hoc: een señorito, een 'heertje' dat het betalen kon, ronselde een zanger, een gitarist en eventueel een danser(es) om hem en zijn vrienden te vermaken in een zijkamer van een café. Aan het eind van de negentiende eeuw verschenen de cafés cantantes, variété-theaters waar flamenco geboden werd. Flamenco-artiest werd een echt beroep.In de twintigste eeuw was de flamenco rijp voor het echte theater, met avondvullende voorstellingen. Hoe groter het podium, hoe groter ook de rol die het visuele aspect, de dans, ging spelen. Steeds professionelere dansers gingen steeds meer stijlen van de flamenco dansen, ook de stijlen die van oudsher alleen gezongen werden. Ook de rol van de gitaar veranderde: naast de zang- en dansbegeleiding kreeg het instrument als sologitaar een autonome plek.

Naarmate de flamenco bekender werd, stond deze kunst steeds meer bloot aan beïnvloeding van buitenaf. In de eerste decennia van de 20ste eeuw trad vermenging op met Latijns-Amerikaanse muziek, tegenwoordig zie je steeds meer invloeden vanuit de jazz, de pop- en de rockmuziek. Maar ook de traditionele flamenco, de flamenco puro, kent nog steeds zijn beoefenaren en aficionados, liefhebbers.

En in de spanningsboog tussen behoudzucht en vernieuwingsdrang blijft de flamenco een levende kunst, die zich altijd blijft verjongen, maar nooit zijn wortels zal loslaten.

Tekstkaderonder

NLArteHeader
kadercontentTOP
kadernav
home
nieuws
cd producties
magazine
stichting
artiesten
agenda
boekingen
workshops
contact
Pers centrum

Stichting Flamenco Den Haag

nieuwscd productiesmagazinecontact